🇩🇪

Weken

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

Beispiele

  • Ik moet de bonen weken voor het koken.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Hij heeft de groenten geweekt om ze malser te maken.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Week de thee niet te lang; anders wordt het bitter.

    gebiedende wijs, imperatief

  • Wekende zon bracht de hele dag veel warmte.

    tegenwoordig deelwoord, indicatief

  • Ik weekte het papier voordat ik ging knippen.

    verleden tijd, indicatief

  • Zij zouden weke als het koud wordt.

    aanvoegende wijs, subjunctief

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.