Weren
Hilfsverb
hebben
overgankelijk werkwoord (iets of iemand weren)
Het werkwoord 'weren' betekent 'tegenhouden', 'afweren' of 'beschermen tegen'. Het wordt vaak gebruikt in de context van bescherming tegen iets onaangenaams, zoals insecten, ziekten, of weersomstandigheden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je
u
jullie
Beispiele
Ik **weer** de regen met een paraplu.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft zich goed tegen de kou **geweerd**.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je je niet **were**, zou je ziek worden.
onvoltooid tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
**Weer** die vliegen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.