NEDERLANDS
🇩🇪

Zadelen

VerbB1

Hilfsverb

hebben

zwak werkwoord (regelmatig)

Het werkwoord 'zadelen' wordt voornamelijk gebruikt in de context van paardrijden en betekent het opzadelen van een paard met een zadel. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'iemand met een probleem zadelen' (iemand met een probleem opzadelen).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Beispiele

  • Ik zadel mijn paard elke ochtend voordat ik ga rijden.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je het paard al gezadeld?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Zadel het paard voorzichtig, het is nog jong.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Hij zadelde zijn paard gisteren voor de eerste keer zelf.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Het is belangrijk dat je het paard goed zadelt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.