deCommon Noun

Singularformen

De zegel is een zelfstandig naamwoord in de enkelvoud. Het kan een postzegel of een officieel symbool zijn.

Bestimmt (de/het)
de zegel
"Ik heb de zegel op de envelop geplakt."
Unbestimmt (een)
een zegel
"Ik heb een zegel voor de brief nodig."
Ohne Artikel
zegel
"Zegel is belangrijk voor post."

Pluralformen

De zegels zijn de meervoudsvorm van zegel; ze verwijzen naar meerdere exemplaren.

Bestimmt (de)
de zegels
"De zegels zijn allemaal verschillend."
Ohne Artikel
zegels
"Ik heb zegels verzameld."

Verkleinerungsform

zegeltje
"Ik heb een mooi zegeltje gekocht."

Het verkleinwoord wordt vaak gebruikt om een schattige of minder belangrijke zegel aan te duiden.

informal

Häufige Komposita

  • postzegel

    "Zij kocht een postzegel bij de winkel."

    Een zegel die je op een brief plakt om hem te verzenden.

  • zegelring

    "De koning droeg een zegelring als teken van zijn macht."

    Een ring met een zegel erop, vaak voor officiële doeleinden.

Häufige Wortkombinationen

  • zegel drukken

    "Hij drukt de zegel op de afgedichte brief."

    Dit betekent dat je de zegel aanbrengt om iets officieel te maken.

  • zegel verzamelen

    "Hij heeft een hobby van zegels verzamelen."

    Dit betekent dat iemand hobbyzegtels verzamelt.

Wichtige Hinweise

  • countability:Zegel is een telbaar zelfstandig naamwoord; je kunt het tellen (één zegel, twee zegels).
  • usage:Informele gebruik voor hobby zoals in zegel verzamelen. Formele gebruik in juridische of officiële context.
  • register:Informeel bij verzamelactiviteiten, formeel bij officiële correspondentie.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollständige niederländische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.