Zelfvertrouwen
Singularformen
Het woord 'zelfvertrouwen' wordt bijna altijd in het enkelvoud gebruikt. Het verwijst naar een algemene eigenschap of gevoel van vertrouwen in jezelf.
- Bestimmt (de/het)
- Unbestimmt (een)
- Ohne Artikel
Pluralformen
Het meervoud 'zelfvertrouwens' wordt zelden gebruikt en klinkt wat onnatuurlijk. Het kan voorkomen in contexten waarin verschillende soorten of aspecten van zelfvertrouwen worden bedoeld.
- Bestimmt (de)
- Ohne Artikel
Verkleinerungsform
Het diminutief wordt zelden gebruikt en klinkt informeel of soms ironisch. Het kan een gevoel van tederheid of licht spottend overbrengen.
informeel
Häufige Komposita
zelfvertrouwenscursus
Een cursus om het zelfvertrouwen te verbeteren.
zelfvertrouwensprobleem
Een probleem dat te maken heeft met een gebrek aan zelfvertrouwen.
zelfvertrouwenwekkend
Iets dat zelfvertrouwen geeft of oproept.
Häufige Wortkombinationen
hebben
Gebruikt om aan te geven dat iemand vertrouwen in zichzelf heeft.
verliezen
Gebruikt om aan te geven dat iemand zijn vertrouwen in zichzelf kwijtraakt.
opbouwen
Gebruikt om aan te geven dat iemand zijn zelfvertrouwen probeert te vergroten.
geven
Gebruikt om aan te geven dat iemand anders helpt om vertrouwen in zichzelf te krijgen.
Wichtige Hinweise
- countability:'Zelfvertrouwen' is een niet-telbaar zelfstandig naamwoord. Het wordt meestal zonder lidwoord gebruikt als het in algemene zin wordt bedoeld (bijv. 'Zelfvertrouwen is belangrijk').
- usage:In veel vaste uitdrukkingen wordt 'zelfvertrouwen' gebruikt met werkwoorden zoals 'hebben', 'geven', 'verliezen' en 'opbouwen'.
Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.