🇩🇪

Zelfvertrouwen

Singularformen

Het woord 'zelfvertrouwen' wordt bijna altijd in het enkelvoud gebruikt. Het verwijst naar een algemene eigenschap of gevoel van vertrouwen in jezelf.

Bestimmt (de/het)
Unbestimmt (een)
Ohne Artikel

Pluralformen

Het meervoud 'zelfvertrouwens' wordt zelden gebruikt en klinkt wat onnatuurlijk. Het kan voorkomen in contexten waarin verschillende soorten of aspecten van zelfvertrouwen worden bedoeld.

Bestimmt (de)
Ohne Artikel

Verkleinerungsform

Het diminutief wordt zelden gebruikt en klinkt informeel of soms ironisch. Het kan een gevoel van tederheid of licht spottend overbrengen.

informeel

Häufige Komposita

  • zelfvertrouwenscursus

    Een cursus om het zelfvertrouwen te verbeteren.

  • zelfvertrouwensprobleem

    Een probleem dat te maken heeft met een gebrek aan zelfvertrouwen.

  • zelfvertrouwenwekkend

    Iets dat zelfvertrouwen geeft of oproept.

Häufige Wortkombinationen

  • hebben

    Gebruikt om aan te geven dat iemand vertrouwen in zichzelf heeft.

  • verliezen

    Gebruikt om aan te geven dat iemand zijn vertrouwen in zichzelf kwijtraakt.

  • opbouwen

    Gebruikt om aan te geven dat iemand zijn zelfvertrouwen probeert te vergroten.

  • geven

    Gebruikt om aan te geven dat iemand anders helpt om vertrouwen in zichzelf te krijgen.

Wichtige Hinweise

  • countability:'Zelfvertrouwen' is een niet-telbaar zelfstandig naamwoord. Het wordt meestal zonder lidwoord gebruikt als het in algemene zin wordt bedoeld (bijv. 'Zelfvertrouwen is belangrijk').
  • usage:In veel vaste uitdrukkingen wordt 'zelfvertrouwen' gebruikt met werkwoorden zoals 'hebben', 'geven', 'verliezen' en 'opbouwen'.

Ich habe dieses Wörterbuch als die vollständigste niederländische Lernressource seiner Art gebaut. Definitionen und Beispiele werden generiert, daher kann es gelegentlich Fehler geben — vertraue deinem Instinkt.