deAdjective

Attributive Formen

Als je zegt 'de zoute soep' of 'een zoute snack', gebruik je 'zoute' voor het zelfstandig naamwoord.

Mit bestimmtem Artikel
de zoute
"De zoute soep is heerlijk."
Mit unbestimmtem Artikel
een zoute
"Ik heb een zoute snack gekocht."
Ohne Artikel
zout
"Zout is belangrijk voor je lichaam."

PrÀdikative Form

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'zout': De soep is zout.

zout
"De soep is zout."

Komparativ

Voor de vergrotende trap gebruik je 'zouter': De chips zijn zouter dan de crackers.

Grundform
zouter
"Deze chips zijn zouter dan die andere."
Mit „dan"
zoutere
"Dit gerecht is zoutere dan dat gerecht."

Superlativ

De overtreffende trap is 'zoutste': Dit is de zoutste soep die ik ooit heb gegeten.

Attributiv
de zoutste
"Hij is de zoutste van alle soepen."
PrÀdikativ
zoutste
"Deze soep is de zoutste."

Wichtige Hinweise

  • usage:Het woord 'zout' kan zowel voor als na een werkwoord geplaatst worden.
  • spelling:Let op dat je 'zout' en 'zouter' correct schrijft.

Dieses Wörterbuch ist KI-generiert — das einzige vollstĂ€ndige niederlĂ€ndische Lernerwörterbuch seiner Art. Ich aktualisiere gerade auf die neuesten KI-Modelle, daher kann es gelegentlich Fehler geben. Wenn etwas seltsam aussieht, vertraue deinem Instinkt.