Singular Forms
Het woord 'kamer' is een zelfstandig naamwoord dat duidt op een ruimte in een gebouw.
- Definite (de/het)
- de kamer
- "De kamer is groot."
- Indefinite (een)
- een kamer
- "Ik heb een kamer gehuurd."
- Without Article
- kamer
- "Kamer nummer drie is bezet."
Plural Forms
De meervoudsvorm van 'kamer' is 'kamers', en dat verwijst naar meerdere ruimtes.
- Definite (de)
- de kamers
- "De kamers zijn schoon."
- Without Article
- kamers
- "Er zijn kamers beschikbaar."
Diminutive Form
Diminutief geeft een schattige of kleinere indruk.
informeel
Common Compounds
zithoek
"In de zithoek staan een bank en een stoel."
Een hoek in de kamer met zitmeubels.
slaapkamer
"Mijn slaapkamer is op de bovenverdieping."
Een kamer om in te slapen.
Common Word Combinations
mooi
"Een mooie kamer heeft uitzicht op de tuin."
'Mooi' beschrijft de esthetische kwaliteit.
verhuizen naar
"Ik ga verhuizen naar een grotere kamer."
'Verhuizen naar' geeft aan dat je naar een nieuwe kamer gaat.
Important Notes
- countability:'Kamer' is een telbaar zelfstandig naamwoord.
- register:In formele situaties zou je kunnen zeggen 'vertrekken' in plaats van 'kamers'.
- usage:'Kamer' wordt vaak gebruikt in dagelijkse gesprekken.
This dictionary is AI-generated — the only complete Dutch learner's dictionary of its kind. I'm currently updating to the latest AI models, so you may spot the occasional mistake. If something looks off, trust your instincts.