Nederlands
Attributive forms
Als je zegt 'de Nederlandse taal' of 'een Nederlandse student', gebruik je 'Nederlandse' vóór het zelfstandig naamwoord.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'Nederlands': De cursus is Nederlands.
Comparative
Als je meer wilt zeggen over een vergelijking, zeg je 'Nederlandser', bijvoorbeeld: 'Hij is Nederlandser dan zij.'
- Base form
- With "dan"
Superlative
Om de hoogste mate aan te geven gebruik je 'Nederlandst', bijvoorbeeld: 'Dit is het Nederlandst boek dat ik heb gelezen.'
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:Het woord 'Nederlands' wordt vaak gebruikt in de context van taal en nationaliteit. In formele context kan het ook als bijvoeglijk naamwoord worden gebruikt.
- spelling:Let op dat 'Nederlands' met een hoofdletter begint als het verwijst naar de taal.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.