Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd
'Aandoen' betekent letterlijk 'aantrekken' (van kleding of accessoires), maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'pijn aandoen' (pijn veroorzaken).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik doe mijn horloge aan voordat ik ga werken.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij deed zijn das om voor het sollicitatiegesprek.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben onze jassen aangedaan voordat we naar buiten gingen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Doe je muts aan, het is koud!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.