NEDERLANDS
🇬🇧

Aandoen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

scheidbaar werkwoord, onregelmatig in verleden tijd

'Aandoen' betekent letterlijk 'aantrekken' (van kleding of accessoires), maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld 'pijn aandoen' (pijn veroorzaken).

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik doe mijn horloge aan voordat ik ga werken.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij deed zijn das om voor het sollicitatiegesprek.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben onze jassen aangedaan voordat we naar buiten gingen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Doe je muts aan, het is koud!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.