Verb
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Examples
De kinderen kijken altijd aan als ze iets nieuws leren.
tegenwoordige tijd, indicatief