Auxiliary verb
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig (sterk werkwoord in verleden tijd)
Het werkwoord 'aankunnen' betekent dat iemand in staat is om iets te doen of te verdragen, vaak in de context van moeilijke taken, stress of verantwoordelijkheden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
Ik kan deze taak vandaag nog afmaken.
tegenwoordige tijd, aantonend
Zij kon de kritiek van haar collega's goed aan.
verleden tijd, aantonend
We hebben deze uitdaging samen aangekund.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonend
Kun jij deze zware doos voor me tillen?
tegenwoordige tijd, vragend
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.