(iemand biedt iets aan en jij zegt ja)
Ik neem je uitnodiging graag aan.
Zij heeft het cadeau dankbaar aangenomen.
Ik neem je excuses aan.
Hij heeft het baanaanbod uiteindelijk toch aangenomen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een veronderstelling uitspreken in een gesprek)
Ik neem aan dat je morgen meegaat.
We namen aan dat de trein op tijd zou zijn.
Ik neem aan dat je het druk hebt gehad.
We nemen aan dat iedereen zich aan de afspraken houdt.
(een werkgever die nieuw personeel werft)
Het bedrijf neemt volgende maand drie nieuwe monteurs aan.
Ze hebben hem aangenomen als leraar op de basisschool.
De directeur wil dit jaar meer vrouwen aannemen.
Vorig jaar namen ze twintig nieuwe medewerkers aan.
(een telefoongesprek beantwoorden)
Kun jij even de telefoon aannemen?
Niemand nam de telefoon aan toen ik belde.
Neem jij de telefoon aan, ik sta onder de douche.
(een vergadering of parlement beslist over een plan)
De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel gisteren aangenomen.
De leden namen het nieuwe reglement met grote meerderheid aan.
De motie werd unaniem aangenomen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.