NEDERLANDS
🇬🇧

Aannemen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

Sterk werkwoord (onregelmatig in verleden tijd en voltooid deelwoord). Kan zowel scheidbaar ('aan' + 'nemen') als onscheidbaar ('aannemen') voorkomen, afhankelijk van de betekenis.

'Aannemen' kan meerdere betekenissen hebben: 1) iets accepteren (bijv. een cadeau), 2) iemand in dienst nemen, 3) veronderstellen (bijv. 'Ik neem aan dat je komt').

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik neem het pakket aan van de postbode.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij nam de baan vorige maand aan.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de uitnodiging aangenomen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Neem dit aanbod aan, het is een unieke kans!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Ik neem aan dat je de instructies begrijpt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.