(oorlog, gevecht of gewelddadige situatie)
De honden vielen de inbreker aan in de tuin.
Het leger heeft de stad bij dageraad aangevallen.
De soldaten vallen het dorp aan.
Wij zijn die nacht door een wolf aangevallen.
(discussie, debat of in de media)
De krant viel de minister hard aan in een artikel.
Tijdens het debat werd hij persoonlijk aangevallen.
De oppositie viel het kabinet gisteren hard aan.
(voetbal, hockey of andere teamsport)
Ons elftal moet in de tweede helft meer aanvallen.
De spelers vielen aan vanaf de eerste minuut.
We vallen aan zodra de scheidsrechter fluit.
(aan tafel als het eten klaarstaat)
Val aan, het eten staat op tafel!
De kinderen vielen meteen aan op de pannenkoeken.
Kom op jongens, val aan voordat het koud wordt!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.