(thuis of op het werk papierwerk en financiën bijhouden)
Ik moet dit weekend mijn administratie nog bijwerken.
De administratie van ons bedrijf is gelukkig op orde.
Ik doe elke maand mijn administratie.
Vorige week heb ik eindelijk de administratie van vorig jaar afgerond.
Een goede administratie bespaart u veel tijd tijdens de belastingaangifte.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(afdeling binnen een organisatie, school of ziekenhuis)
Mijn zus werkt op de administratie van het ziekenhuis.
U kunt zich even melden bij de administratie op de eerste verdieping.
Zij werkt al tien jaar op de administratie.
Voor vragen over uw factuur kunt u contact opnemen met onze administratie.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.