(Aangeven hoe ver iets van iets anders verwijderd is.)
De afstand tussen Amsterdam en Utrecht is ongeveer veertig kilometer.
We hebben een lange afstand gelopen vandaag.
De afstand is te groot om te fietsen.
We meten de afstand tussen de twee bomen.
De atleet legde een indrukwekkende afstand af in één dag.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Iemand niet te dicht bij laten komen, letterlijk of figuurlijk.)
Hou alsjeblieft wat afstand, ik ben verkouden.
Zij houdt altijd afstand van haar collega's.
Doe maar even een stapje terug, een beetje afstand graag.
Sinds de ruzie heeft hij veel afstand genomen van zijn broer.
(Formeel iets loslaten of niet langer willen hebben.)
De koning deed afstand van de troon.
Hij heeft afstand gedaan van zijn erfenis.
De koningin deed in 2013 afstand van de troon ten gunste van haar zoon.
De eigenaar heeft afstand gedaan van zijn aandelen in het bedrijf.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.