(in de keuken na een maaltijd)
Ik was elke avond na het eten af.
We hebben samen de hele vaat afgewassen.
Ik was vanavond af.
Wij wassen samen af na het eten.
Gisteren waste hij alle borden af.
Heb jij de pannen al afgewassen?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(vlek of vuil weghalen)
Hij wast het zand van zijn voeten af.
Je moet de tafel even afwassen voordat we gaan eten.
Was die vlek even van het aanrecht af.
Ze heeft de modder van haar laarzen afgewassen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.