Adjective

Attributive Forms

💡Als je zegt 'de afwisselende activiteiten' of 'een afwisselend programma', gebruik je 'afwisselende' of 'afwisselend' vóór het zelfstandig naamwoord.

With Definite Article
de afwisselende
"De afwisselende activiteiten zijn leuk."
With Indefinite Article
een afwisselend
"Een afwisselend programma is interessant."
Without Article
afwisselend
"Afwisselend werk is belangrijk."

Predicative Form

💡Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'afwisselend': De les is afwisselend.

afwisselend
"De les is afwisselend."

Comparative

💡Voor de vergrotende trap gebruik je 'afwisselender' als je iets vergelijkt: Deze cursus is afwisselender dan de vorige.

Base Form
afwisselender
"Deze cursus is afwisselender dan de vorige."
With "dan"
afwisselender
"Ik vind dit boek afwisselender than dat boek."

Superlative

💡Voor de overtreffende trap gebruik je 'afwisselendste': Hij is de afwisselendste spreker van het evenement.

Attributive
de afwisselendste
"Hij is de afwisselendste spreker van de dag."
Predicative
afwisselendst
"Dit is het afwisselendst programma op televisie."