(brand, inbraak of een ander plotseling gevaar)
Het alarm ging af toen er rook in de keuken hing.
Op straat hoorden we ineens een hard alarm bij de winkel.
Het alarm loeide door de hele straat.
Toen de deur openging, begon het alarm meteen te gillen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(beveiliging van huis, auto of bedrijf)
We hebben een alarm laten installeren in ons nieuwe huis.
Vergeet het alarm niet aan te zetten voordat je weggaat.
Ons nieuwe alarm is gekoppeld aan een beveiligingsbedrijf.
(wekker op je telefoon)
Ik heb het alarm op half zeven gezet.
Mijn alarm ging niet af, daarom ben ik te laat.
Zet even een alarm, anders vergeet ik de oven.
(hulpdiensten of noodsituatie)
De brandweer sloeg groot alarm na de melding.
Er is geen reden tot alarm, alles is onder controle.
De politie heeft groot alarm geslagen in de regio.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.