NEDERLANDS
🇬🇧

Anker

deCommon nounA2

Singular forms

'Anker' is een zelfstandig naamwoord dat meestal in het enkelvoud wordt gebruikt als het gaat om één anker. Het wordt vaak gebruikt in de context van scheepvaart.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De meervoudsvorm 'ankers' wordt gebruikt als er meerdere ankers bedoeld worden. Bijvoorbeeld: 'Deze schepen hebben elk twee ankers.'

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Het diminutief 'ankertje' wordt vaak gebruikt om iets schattigs of kleins aan te duiden, zoals een speelgoedboot of een decoratief object.

informeel

Common compounds

  • ankerketting

    de ketting die aan het anker vastzit

  • ankerplaats

    een plek waar een schip voor anker kan gaan

  • ankerlier

    een apparaat om het anker op te hijsen

  • ankerpunt

    een vast punt waar iets aan verankerd kan worden

Common word combinations

  • uitgooien

    Het werkwoord 'uitgooien' wordt vaak gebruikt in combinatie met 'anker' om aan te geven dat het anker in het water wordt gelaten.

  • lichten

    Het werkwoord 'lichten' betekent het anker uit het water halen.

  • vastleggen

    Het anker wordt gebruikt om een schip op een plek vast te leggen.

  • zwaar

    Ankers kunnen zwaar zijn, afhankelijk van de grootte van het schip.

Important notes

  • usage:'Anker' kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld om iets of iemand aan te duiden dat stabiliteit biedt: 'Zij is mijn anker in deze moeilijke tijd.'
  • countability:'Anker' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'één anker', 'twee ankers', enzovoort.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.