Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
Used when replying or providing an answer.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
hebben
werkwoord
Used when replying or providing an answer.
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie