(Op de markt, in de supermarkt of in de fruitschaal thuis)
Ik eet elke dag een appel bij de lunch.
De appels uit onze tuin zijn dit jaar heel zoet.
Wil jij een appel?
Mijn dochter neemt altijd een appeltje mee naar school.
Gisteren heb ik drie appels gebakken in de oven.
De boer plukt de appels zorgvuldig van de bomen voordat hij ze naar de markt brengt.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.