(dagelijks moment van samen eten thuis)
Het avondeten staat om zes uur op tafel.
Na het avondeten ruimen we samen de keuken op.
Het avondeten is klaar!
Ik maak vanavond het avondeten voor het hele gezin.
Het avondeten was gisteren bij oma echt heerlijk.
We hebben het avondeten al gehad, maar er is nog toetje.
Wat eten we vanavond als avondeten?
Tijdens het avondeten praten we altijd over onze dag.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.