Verb
Auxiliary Verb
hebben
werkwoord
Geeft een gevoel van teleurstelling of frustratie weer.
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
ik, jij / je, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
jij / je
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
ik
Gebiedende wijs
jij / je
u