(Buitenruimte bij een appartement of huis)
We hebben een mooi balkon met uitzicht over de stad.
In de zomer eten we vaak op het balkon.
Het balkon is klein maar gezellig.
Mijn buurman rookt elke ochtend op zijn balkon.
We hebben nieuwe planten op het balkon gezet.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Zaal in een theater of concertgebouw)
Onze plaatsen zijn op het balkon, op de eerste rij.
Vanaf het balkon heb je een goed zicht op het podium.
We zitten vanavond op het balkon van het theater.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.