🇬🇧

Ballen

Auxiliary verb

hebben

zwak werkwoord

Het werkwoord 'ballen' kan zowel letterlijk (bijv. deeg ballen) als figuurlijk (bijv. vuisten ballen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik bal het deeg elke ochtend voor het ontbijt.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren balde hij zijn vuisten tijdens de ruzie.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Bal het deeg goed, anders wordt het brood niet lekker!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Het is belangrijk dat je het deeg balle voordat je het bakt.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.