(leren en ontwikkeling)
Op de basisschool leer je de basis van rekenen en taal.
Zonder een goede basis in het Nederlands is dit boek te moeilijk.
Je moet eerst de basis beheersen voordat je verder kunt.
De cursus legt een goede basis voor beginners.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(argumentatie en besluitvorming)
Op basis van deze cijfers gaan we het plan aanpassen.
We werken samen op basis van wederzijds vertrouwen.
De rechter heeft op basis van het bewijs een oordeel gegeven.
(bouw en constructie)
De basis van de toren is gemaakt van massief beton.
Een taart heeft vaak een basis van koekjeskruim.
Het huis heeft een stevige basis, dus het staat er nog jaren.
(leger en organisatie)
De soldaten keerden na de oefening terug naar de basis.
Amsterdam is de basis van ons bedrijf, maar we reizen veel.
Na de missie zijn ze veilig op de basis aangekomen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.