Beantwoorden
VerbAuxiliary Verb
hebben
werkwoord
Het werkwoord 'beantwoorden' betekent om een vraag of verzoek te reageren of toelichting te geven.
Infinitief
Ik moet deze vraag beantwoorden.
Tegenwoordig deelwoord
De leraar is de vragen beantwoordend.
De antwoordende persoon was heel aardig.
Tegenwoordige tijd
ik
Ik beantwoord altijd de vragen.
jij / je, u
Jij beantwoordt deze e-mail snel.
hij, zij / ze, het
Zij beantwoordt de telefonische vragen.
wij / we, jullie
Wij beantwoorden alle verzoeken.
Verleden tijd
ik
Ik beantwoordde de vragen gisteren.
jij / je, u
Jij beantwoordde mijn e-mail snel.
hij, zij / ze, het
Hij beantwoordde de vraag met geduld.
wij / we, jullie
Zij beantwoordden de enquête.
Voltooid deelwoord
De vraag is beantwoord door de leraar.
Gebiedende wijs
Beantwoord de vraag alstublieft.
Aanvoegende wijs
ik
Als ik weet, beantwoorde ik de vragen.