Been
Singular forms
'Been' kan zowel een lichaamsdeel als een onderdeel van een meubelstuk (zoals een tafel of stoel) aanduiden. In de betekenis van lichaamsdeel is het meestal telbaar (je hebt twee benen), maar in de betekenis van meubelonderdeel kan het zowel enkelvoud als meervoud zijn.
- Definite (de/het)
- Indefinite (een)
- Without article
Plural forms
'Benen' wordt gebruikt voor meerdere exemplaren, zowel bij mensen/dieren als bij meubels. Bij mensen: 'Hij heeft lange benen.' Bij meubels: 'De tafel heeft vier benen.'
- Definite (de)
- Without article
Diminutive form
Gebruikt om iets schattig, klein of kwetsbaar aan te duiden, vaak bij kinderen of dieren.
informeel
Common compounds
beenbreuk
Een breuk in een been.
beenmerg
Het zachte weefsel in het binnenste van botten.
krukbeen
Een been van een kruk (meubelstuk).
beenhouwer
Een slager (in België).
Common word combinations
breken
Het werkwoord 'breken' wordt vaak gebruikt in combinatie met 'been' om een blessure aan te geven.
pijn
'Pijn' wordt vaak gebruikt om ongemak of letsel aan een been te beschrijven.
strekken
'Strekken' wordt gebruikt om een oefening of beweging met de benen aan te geven.
kruis
Vaak gebruikt in combinatie met lichaamsdelen om locatie van pijn aan te geven.
Important notes
- irregular:Het meervoud van 'been' is 'benen', wat een onregelmatige vorm is (geen -s of -en volgens de standaardregels).
- usage:'Been' kan zowel voor mensen/dieren als voor meubels gebruikt worden. In de context van meubels is het vaak meervoud: 'De stoel heeft drie benen.'
- countability:Als lichaamsdeel is 'been' telbaar (twee benen), maar in sommige uitdrukkingen wordt het ontelbaar gebruikt, bijv. 'geen been hebben om op te staan' (geen argument hebben).
- register:In formele contexten (bijv. medisch) wordt vaak 'onderste extremiteit' gebruikt in plaats van 'been'.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.