(Praten over fouten of overtredingen die iemand maakt)
Hij heeft een ernstige fout begaan door tegen zijn baas te liegen.
De inbreker beging meerdere misdrijven in dezelfde straat.
Iedereen kan een fout begaan.
Ik heb een grote fout begaan door dat tegen haar te zeggen.
De dader beging het misdrijf in de vroege ochtend.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Iemand zijn vrijheid geven om zelf te handelen)
Laat hem maar begaan, hij weet zelf wel wat hij doet.
De juf liet de kinderen even begaan tijdens de pauze.
Laat me toch begaan!
De manager liet zijn team begaan en vertrouwde op hun ervaring.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.