(in het verkeer of tijdens transport)
Hij bestuurt de auto heel rustig door de stad.
Om een vrachtwagen te besturen heb je een apart rijbewijs nodig.
Ik bestuur de boot vandaag.
Hij bestuurde de auto voorzichtig toen het begon te regenen.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(bij de overheid, een bedrijf of een vereniging)
De koning bestuurt het land niet echt zelf.
Zij bestuurt de stichting al bijna tien jaar.
Zij hebben het bedrijf jarenlang samen bestuurd.
De minister wil dit land met een vaste hand besturen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.