Auxiliary verb hebben
werkwoord
Verwijst naar financiële transacties of het voldoen aan verplichtingen.
Infinitief Ik moet mijn rekeningen betalen.
Tegenwoordig deelwoord De klant is betalend voor zijn bestelling.
De betalende klanten worden eerst geholpen.
Tegenwoordige tijd ik
Ik betaal mijn huur elke maand op tijd.
jij / je
Jij betaalt altijd contant in de winkel.
u
U betaalt voor uw koffie aan de barista.
hij
Hij betaalt zijn studieschuld terug.
zij / ze
Zij betaalt liever online.
het
Het bedrijf betaalt zijn werknemers goed.
wij / we
Wij betalen samen voor het etentje.
jullie
Jullie betalen voor de tickets, toch?
Verleden tijd ik
Ik betaalde gisteren mijn belasting.
jij / je
Jij betaalde de rekening voor de maaltijd.
u
U betaalde het bedrag gisteren alvast.
hij
Hij betaalde voor zijn vrienden.
zij / ze
Zij betaalde haar studie zelf.
het
Het project betaalde de kosten niet terug.
wij / we
Wij betaalden voor de concertkaarten.
jullie
Jullie betaalden te veel voor die oude auto.
Voltooid deelwoord Ik heb de huur al betaald.
Aanvoegende wijs Ik hoop dat je betaalt voor het diner.
Gebiedende wijs Betaal nu de rekening, alstublieft!
Betaalt dat bedrag nu, alsjeblieft!
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.