Bewijzen
Auxiliary verb
hebben
Sterk werkwoord (verandering van klinker in de verleden tijd en voltooid deelwoord).
Het werkwoord 'bewijzen' wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals wetenschap, rechtspraak of discussies waar argumenten of feiten centraal staan.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik bewijs mijn theorie met deze experimenten.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij bewees gisteren dat hij gelijk had.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft bewezen dat ze betrouwbaar is.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bewijs dat je het kunt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat hij zijn ongelijk bewijze.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.