🇬🇧

Bezoeken

Auxiliary verb

hebben

regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)

Het werkwoord 'bezoeken' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat iemand ergens naartoe gaat om iemand te zien of iets te bekijken, zoals een museum, een familielid of een stad.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik bezoek mijn ouders elke zondag.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij hebben gisteren het Rijksmuseum bezocht.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bezoek je de bibliotheek vaak?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Hij bezocht vorig jaar Italië en Frankrijk.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Bezoek de website voor meer informatie!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.