NEDERLANDS
🇬🇧

Bezorgen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

overgankelijk werkwoord (transitive verb)

Het werkwoord 'bezorgen' betekent het afleveren van iets bij iemand. Het kan ook betekenen dat iets zorgen of problemen veroorzaakt, zoals in 'Dat bezorgt mij veel stress.'

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • Ik bezorg de boodschappen altijd op tijd.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij bezorgde gisteren een verrassing aan zijn vriendin.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • We hebben de bloemen al bezorgd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Bezorg dit pakket alsjeblieft voor vijf uur.

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.