Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk werkwoord (geen lijdend voorwerp)
Het werkwoord 'bibberen' drukt vaak een fysieke reactie uit op kou, angst of spanning.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
Examples
Ik bibber elke winter als ik naar buiten ga zonder jas.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij bibberde van angst toen ze de spin zag.
verleden tijd, aantonende wijs
We hebben de hele nacht gebibberd omdat de verwarming kapot was.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Bibber niet zo, het is maar een kleine hond!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.