(voorwerp in huis of kerk)
In de kast staat een oude bijbel die van mijn oma is geweest.
Hij kreeg een bijbel cadeau toen hij belijdenis deed.
Er lag een bijbel op het nachtkastje in het hotel.
Ze heeft een klein bijbeltje in haar tas zitten.
(figuurlijk, over een belangrijk naslagwerk)
Dit kookboek is voor veel chefs de bijbel van de Italiaanse keuken.
Voor fietsers is deze atlas echt een bijbel.
Voor tuinders is dit handboek al jaren de bijbel.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.