(het blauw van de zee, een zacht blauw)
Het blauw van de lucht was vandaag heel helder.
Zij koos een zacht blauw voor de slaapkamer.
Het blauw van de vlag staat voor trouw.
In de lente gaat de lucht van grijs naar blauw.
Zij schilderde de muur in een prachtig diep blauw.
(blauw in het wasgoed, blauw op het doek)
Vroeger deed men blauw in het witte wasgoed.
De schilder mengde wat blauw door het groen.
Voeg wat blauw toe aan de verf voor een koudere tint.
In het ontwerp is het blauw even belangrijk als het wit.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.