Ik wil borstelen voordat ik ga slapen.
Het dierenverzorgingsteam is borstelend bij de pony's.
De borstelende hond maakt een rommel.
Borstel je tanden goed voor het slapengaan!
Borstel het paard voor de wedstrijden.
ik
Gisteren borstelde ik de hond.
wij / we, jullie
Vorige week borstelden wij de katten.
Ik hoop dat hij borstele voor het evenement.
De hond is goed geborsteld.