(Tijdens het ontbijt of de lunch)
Ik eet een boterham met kaas.
Wil je nog een boterham met pindakaas?
Mijn dochter neemt elke dag twee boterhammen mee naar school.
Ik heb vanochtend een boterham met hagelslag gegeten.
Zullen we even snel een boterhammetje smeren voor onderweg?
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(Over werk en verdienen)
Hij verdient een goede boterham als loodgieter.
Met dit baantje verdien ik mijn boterham.
Als zelfstandig ondernemer verdient zij een dikke boterham.
Vroeger verdiende hij zijn boterham in de bouw.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.