(iets dat vlam heeft gevat)
De oude schuur brandde tot de grond toe af.
Het hout in de open haard brandt heerlijk warm.
Het vuur brandt nog in de kachel.
Gisteren brandde de fabriek helemaal uit.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(een lamp of kaars die aanstaat)
In de woonkamer brandt nog een lamp.
Laat de kaarsen niet de hele nacht branden.
De lichten hebben de hele nacht gebrand.
(huid die gevoelig is door zon of rook)
Mijn ogen branden van al die rook.
Pas op, de zon brandt vandaag heel fel.
Na een uur in de zon brandde mijn rug flink.
(figuurlijk verlangen of nieuwsgierigheid)
Ik brand van nieuwsgierigheid naar het resultaat.
Zij brandde van verlangen om hem weer te zien.
Hij brandt van ambitie om directeur te worden.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.