(kloosterleven en katholieke kerk)
Broeder Antonius woont al dertig jaar in het klooster.
De broeders zorgen voor de tuin en bakken hun eigen brood.
De broeder leest elke ochtend in de bijbel.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(ziekenhuis en zorg)
De broeder kwam mijn bloeddruk meten.
Vroeger heette een mannelijke verpleger gewoon een broeder.
De broeder hielp mij gisteren met opstaan.
(formeel of bijbels taalgebruik)
Mijn broeder is jonger dan ik.
Hij heeft drie broeders en een zus.
Mijn oudere broeder erfde het familiehuis.
(kerkgemeenschap of vereniging)
Beste broeders en zusters, welkom in onze kerk.
Wij staan onze broeders in nood altijd bij.
Onze broeders in het buitenland steunen wij financieel.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.