Attributive forms
Als je 'bruin' vóór een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'bruine'. Bijvoorbeeld: 'de bruine jas' of 'een bruine appel'. Maar bij stoffelijke zelfstandig naamwoorden gebruik je 'bruin', zoals in 'bruin brood'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'bruin'. Bijvoorbeeld: 'De kat is bruin'.
Comparative
Om te zeggen dat iets meer bruin is dan iets anders, gebruik je 'bruiner'. Bijvoorbeeld: 'Deze kast is bruiner dan die kast'. Je kunt ook 'bruiner dan' gebruiken om een vergelijking te maken.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Als je wilt zeggen dat iets het meest bruin is, gebruik je 'bruinste' vóór een zelfstandig naamwoord (bijvoorbeeld: 'de bruinste beer') en 'bruinst' na 'het' (bijvoorbeeld: 'het bruinst').
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Bruin' verandert niet in 'bruine' als het gaat om stoffelijke zelfstandig naamwoorden (bijvoorbeeld: 'bruin brood', niet 'bruine brood').
- spelling:In de overtreffende trap wordt 'bruinst' gebruikt na 'het' en 'bruinste' in andere gevallen.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.