NEDERLANDS
🇬🇧

Brullen

VerbA2

Auxiliary verb

hebben

onovergankelijk, regelmatig (met stam op -l)

Het werkwoord 'brullen' kan zowel letterlijk (hard geluid maken, zoals een leeuw) als figuurlijk (hard schreeuwen van woede of pijn) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze

  • hij, zij / ze, het

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Examples

  • De leeuw brult elke avond in de dierentuin.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Toen de baby honger had, brulde hij de hele buurt bij elkaar.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Als je zo blijft brullen, word je hees.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft de hele wedstrijd gebruld om zijn team aan te moedigen.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Brullend van woede verliet hij de kamer.

    tegenwoordige tijd, deelwoordconstructie

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.