Auxiliary verb
hebben
onovergankelijk, regelmatig (met stam op -l)
Het werkwoord 'brullen' kan zowel letterlijk (hard geluid maken, zoals een leeuw) als figuurlijk (hard schreeuwen van woede of pijn) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, wij / we, jullie, zij / ze
hij, zij / ze, het
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Examples
De leeuw brult elke avond in de dierentuin.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Toen de baby honger had, brulde hij de hele buurt bij elkaar.
verleden tijd, aantonende wijs
Als je zo blijft brullen, word je hees.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft de hele wedstrijd gebruld om zijn team aan te moedigen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Brullend van woede verliet hij de kamer.
tegenwoordige tijd, deelwoordconstructie
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.