🇬🇧

Bus

deCommon nounA1

Singular forms

'Bus' is een zelfstandig naamwoord dat verwijst naar een voertuig voor het vervoeren van meerdere personen. Het wordt vaak gebruikt in de context van openbaar vervoer.

Definite (de/het)
Indefinite (een)
Without article

Plural forms

De meervoudsvorm van 'bus' is 'bussen'. Deze vorm wordt gebruikt als je het over meerdere bussen hebt.

Definite (de)
Without article

Diminutive form

Een 'busje' is kleiner dan een normale bus en wordt vaak gebruikt voor specifieke doeleinden zoals verhuizingen of kleine groepen. Het kan ook een liefkozende of informele betekenis hebben.

informeel

Common compounds

  • schoolbus

    een bus die speciaal gebruikt wordt om kinderen naar school te brengen

  • stadsbus

    een bus die binnen een stad rijdt

  • touringcar

    een grote, comfortabele bus voor lange afstanden of reizen

  • buschauffeur

    de bestuurder van een bus

  • busrit

    een rit met de bus

Common word combinations

  • nemen

    Het werkwoord 'nemen' wordt vaak gebruikt met 'bus' om aan te geven dat je met de bus reist.

  • missen

    'Missen' wordt gebruikt als je te laat bent voor de bus.

  • halte

    Een 'halte' is de plek waar de bus stopt om passagiers te laten in- en uitstappen.

  • kaartje

    Een 'kaartje' is nodig om met de bus te mogen reizen.

  • wachten op

    'Wachten op' wordt gebruikt om aan te geven dat je bij de halte staat tot de bus komt.

Important notes

  • usage:'Bus' kan zowel een stadsbus als een langeafstandsbus betekenen, afhankelijk van de context.
  • countability:'Bus' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één bus', 'twee bussen', enzovoort.
  • irregular:De meervoudsvorm 'bussen' is regelmatig en volgt de standaard meervoudsregel voor woorden die eindigen op -s.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.