(betalen met klein wisselgeld in een winkel)
Een brood kost vandaag drie euro en vijftig cent.
Heb je nog een paar centen voor de parkeermeter?
Ik heb nog tien cent in mijn zak.
De kassière gaf me vijftig cent terug.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(praten over weinig geld hebben of zuinig zijn)
Aan het eind van de maand heb ik geen cent meer over.
Hij telt elke cent voordat hij iets koopt.
Ik heb deze week geen cent te makken.
Vroeger spaarden ze elke cent voor hun pensioen.
(uitdrukken dat iets niets waard of niets bijzonders is)
Die oude fiets is geen cent meer waard.
Het kan me geen cent schelen wat hij ervan vindt.
Zijn mening interesseert me geen cent.
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.