(werk en vervoer)
De chauffeur van de bus wachtte geduldig op de laatste passagiers.
Mijn broer werkt als chauffeur bij een groot transportbedrijf.
De chauffeur rijdt elke dag dezelfde route.
De chauffeur stopte bij het stoplicht en keek in zijn spiegel.
Voor deze functie zoeken wij een ervaren chauffeur met rijbewijs C.
Welke zin inspireerde dit schilderij?
(privévervoer)
De minister stapte achterin en zijn chauffeur reed weg.
Ik speel vanavond voor chauffeur, dus ik drink niks.
Mijn vader was vroeger chauffeur van een bekende zanger.
Zullen we een taxi nemen, of ben jij vanavond de chauffeur?
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.