🇬🇧

Constant

Attributive forms

Als je 'constant' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert het soms. Bij 'de'-woorden en meervoud zeg je 'constante': 'de constante druk', 'constante problemen'. Bij 'het'-woorden zonder lidwoord zeg je 'constant': 'constant geluid'.

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'constant'. Bijvoorbeeld: 'De snelheid is constant'. Het verandert niet, ook niet bij 'de' of 'het'.

Comparative

Als je iets wilt vergelijken, gebruik je 'constanter'. Bijvoorbeeld: 'Deze klok loopt constanter dan die andere'. Voor 'de'-woorden en meervoud gebruik je 'constantere': 'constantere resultaten'.

Base form
With "dan"

Superlative

Voor het hoogste niveau gebruik je 'constantst' of 'constantste'. Na 'het is' of 'het wordt' zeg je 'constantst': 'Dit apparaat is het constantst'. Voor een zelfstandig naamwoord gebruik je 'constantste': 'de constantste meting'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • spelling:In de overtreffende trap wordt 'constantst' gebruikt als predicatief en 'constantste' als attributief. Let op de spelling met 'st' aan het einde.
  • usage:'Constant' wordt vaak gebruikt om iets te beschrijven dat niet verandert of steeds doorgaat, zoals geluid, temperatuur of beweging.

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.