Attributive forms
Als je 'dakloos' gebruikt vóór een zelfstandig naamwoord, voeg je meestal een '-e' toe. Bijvoorbeeld: 'de dakloze man' of 'een dakloze vrouw'. In zinnen zonder lidwoord (zoals 'dakloos zijn') gebruik je gewoon 'dakloos'.
- With definite article
- With indefinite article
- Without article
Predicative form
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'dakloos'. Bijvoorbeeld: 'Hij is dakloos' of 'Zij wordt dakloos'.
Comparative
Als je wilt zeggen dat iets of iemand meer dakloos is dan iets of iemand anders, gebruik je 'daklozer'. Bijvoorbeeld: 'Het leven is daklozer in de winter'. Je kunt ook 'daklozer dan' gebruiken om een vergelijking te maken: 'Hij is daklozer dan zij'.
- Base form
- With "dan"
Superlative
Voor de overtreffende trap gebruik je 'dakloost' als het adjectief alleen staat (bijv. 'Hij is het dakloost'). Als het voor een zelfstandig naamwoord staat, gebruik je 'daklooste' (bijv. 'de daklooste persoon').
- Attributive
- Predicative
Important notes
- usage:'Dakloos' is een adjectief dat altijd een '-e' krijgt in de attributieve vorm (voor een zelfstandig naamwoord), behalve in de onbepaalde neutrale vorm (bijv. 'iets dakloos').
- spelling:In de vergrotende en overtreffende trap verandert de spelling niet veel, maar let op de extra '-e' in de attributieve vormen (bijv. 'daklozere', 'daklooste').
I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.