NEDERLANDS
🇬🇧

Dankbaar

AdjectiveA2

Attributive forms

Als je 'dankbaar' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, verandert de vorm. Voor 'de'-woorden gebruik je 'dankbare' (de dankbare student). Voor 'het'-woorden gebruik je 'dankbaar' (een dankbaar kind) of 'dankbaars' (iets dankbaars).

With definite article
With indefinite article
Without article

Predicative form

Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'dankbaar'. Bijvoorbeeld: 'Zij is dankbaar'. Hier verandert de vorm niet.

Comparative

Om te zeggen dat iets of iemand meer dankbaar is, gebruik je 'dankbaarder'. Bijvoorbeeld: 'Hij is dankbaarder dan zijn zus'. Je voegt '-der' toe aan het woord.

Base form
With "dan"

Superlative

Om te zeggen dat iets of iemand het meest dankbaar is, gebruik je 'dankbaarst' (na 'zijn') of 'dankbaarste' (vóór een zelfstandig naamwoord). Bijvoorbeeld: 'Zij is het dankbaarst' of 'Dit is het dankbaarste cadeau'.

Attributive
Predicative

Important notes

  • usage:'Dankbaar' kan zowel voor personen als zaken gebruikt worden. Bijvoorbeeld: 'een dankbaar onderwerp' of 'een dankbaar kind'.
  • spelling:Let op de spelling in de overtreffende trap: 'dankbaarst' en 'dankbaarste' (met een 'e' aan het eind voor attributief gebruik).

I built this dictionary to be the most complete Dutch learner's resource of its kind. Definitions and examples are generated, so you may spot the occasional mistake — trust your instincts.